En op de zesde dag… Moet God tot zichzelf gezegd hebben – al heb ik het ook maar van horen zeggen, ik was er zelf niet bij – “Hm, ‘t is goed, maar er ontbreekt nog iets. Iets essentieels. Iets groots in zijn eenvoud, iets geniaals in zijn simpliciteit .”
En Hij dacht na, terwijl Hij intussen verder werkte aan Zijn schepping, want ja, God is een multitasker avant la lettre.
Hij keek naar de zon, een creatie waar Hij tot op vandaag toch redelijk fier op is, keek naar de aarde en alle natuur die Hij schiep, en krabde zich in de baard.
“Ik wil dat”, bulderde Hij, wijzend naar de zon, “ in dat.” Zei Hij wijzend naar de Aarde. God verspilt nu eenmaal geen tijd aan nutteloze prietpraat.
Hij staarde van het ene naar het andere, kneep Zijn ogen tot spleetjes terwijl Hij over Zijn baard streek, zuchtte en zei toen: “ dat is het”
Vanuit de aarde ontsproot een kiem, er ontplooiden zich blaadjes die zich richtten naar de zon, een stengel groeide en groeide en kronkelde zich rond alles heen wat het maar in de buurt kon vinden, en terwijl de zon deed waar ze het best in was, namelijk vollenbak schijnen, plopten er kleine vruchten tevoorschijn, eerst groen en dan…
Rood… Roder… Roodst. En zo ontstond de Tomaat. Op de zesde dag. De vrucht van Aarde en Zon.
Smakelijk,
Annick


Leave A Comment